Het is toch leuk en zelfs bijzonder, om je eigen gemodelleerde woning te zien staan op een 3D kaart. Je kan er omheen draaien en opties aan en uit zetten, om te zien hoe de woning eruit komt te zien met die extra anderhalve meter achterin de woonkamer dankzij een uitbouw. Of hoeveel licht er extra binnenvalt met een raam midden in de kopgevel. Of hoe de zon valt op een late middag in ergens in de lente, om te weten of je wel of niet een tuinhuisje kan neerzetten links achterin de tuin zonder dat je jacuzzi te snel in de schaduw terecht komt.

Oké — dat is misschien een tikkeltje specifiek, maar dat zijn wel een paar situaties die je beter dan ooit kan ervaren en zien met je eigen ogen, voordat de woning daadwerkelijk gebouwd wordt. Een sterk punt van de Innobrix woningconfigurator is de vrijheid om allerlei vreemde of rare combinaties te proberen, zonder alleen naar plaatjes te staren, of dat je het ineens vrij definitief in een felgekleurde map in de brievenbus ziet vallen. Gelukkig maar, anders had je daadwerkelijk een paarse woning moeten bouwen met gele voordeur.

Maar al die opties die gemaakt zijn werken niet zomaar lief samen, die informatie moet ergens vandaan komen. Sterker nog, een BIM-modelleur vragen we zelfs of hij flink outside his comfort zone kan werken, omdat elk woningtype in een soort grid moet worden opgeleverd. Waarom is dat een vereiste, en hoe maken wij het cirkeltje eigenlijk weer rond?

Innobrix Revit add-in afbeelding 1

Van tasveld naar 3D model

Nou ja, dat grote grid is een standaard die wij hanteren: dit noemen wij een ‘tasveld’. De cellen van dat grid hebben allemaal een vaste afmeting (zoals 10 meter breed bij 15 meter diep), waarbij de positie een rol betekent hoe wij dat clustertje aan muren, vloeren en andere onderdelen vrijwel automatisch verwerken. Wanneer wij een woningtype hebben behandeld met de nodige 3D software, dan is dat grid volledig ingeklapt: er staat een normale woning voor je, waar met een selectie van slechts een aantal cellen een standaard huis kan worden neergezet.

Dus, we hebben een hele stapel klontjes aan 3D informatie. Op dit moment zullen wij een optielijst in elkaar zetten, met alle opties die daadwerkelijk gekozen kunnen worden door de consument. Die moeten we vervolgens koppelen aan de cellen, zodat de correcte sets in- en uitschakelen op het moment dat er voor een optie wordt gekozen. Dit geldt niet alleen voor je anderhalve meter uitbouw, maar bijvoorbeeld ook voor het muurtje wat aan moet sluiten als je de garage er ook bij kiest. Hier kunnen een hoop haken en ogen aan zitten, dus dat moet secuur gebeuren.

Een andere baksteensoort? Geen punt, we maken een nieuwe optie die een baksteenafbeelding toepast. Een andere verfkleur op de deur? Waarom niet, dat stellen we ook in. Bovendien kan je een dakraam niet kiezen als je zonnepanelen hebt; hiervoor stellen wij ook een set regels op, om uitzonderingen dynamisch te laten meespelen.

Terug naar de tekentafel (in positieve zin)

En nu hebben we een prima te configureren woning, waar de consument met alle plezier mee kan spelen, maar niet buiten de regels die de bouwer heeft aangegeven. Als alle handen zijn geschud en papieren getekend, dan kunnen we zelfs weer terug naar je bouwpakket: wij slaan informatie op waardoor Autodesk Revit met onze Innobrix add-in kan opzoeken welke cellen worden geconfigureerd, en die zet ze dan ook allemaal in elkaar. Als je het helemaal af wil maken, dan zetten we zelfs de muren om naar die donkere baksteen die de klant zo mooi vond, en de verf terug op de voordeur. Zo staat je woning helemaal klaar voor het maken van de bouwtekeningen.

Blog Robin afbeelding 2